Gegevensverwerking in het kader van de opsporing. Toepassing van datamining ten behoeve van de opsporingstaak: afweging tussen het opsporingsbelang en het recht op privacy.

Abstract

Gegevensverwerking is van essentieel belang voor de (justiti_le) politietaak. De maatschappelijke ontwikkelingen nopen de wetgever tot het vinden van een balans tussen het effectief waarborgen van de veiligheid van de burger enerzijds en de bescherming van de privacy van diezelfde burger anderzijds. Dit onderzoek beoogt duidelijkheid te scheppen omtrent de juridische en maatschappelijke mogelijkheden en onmogelijkheden van de verwerking van gegevens in het kader van de opsporingstaak. Onder meer voor het gebruik van datamining. Geconcludeerd kan worden dat aanpassing van de huidige wet- en regelgeving noodzakelijk is met het oog op een afdoende bescherming van de persoonlijke levenssfeer, waarbij de 'verwerking' van gegevens het uitgangspunt moet zijn. Tevens dient zo te worden voorzien in een betere benutting van de mogelijkheden die de huidige techniek biedt op het vlak van gegevensverwerking. De verantwoordelijkheden binnen de opsporing moeten duidelijk zijn en er dient te worden gestreefd naar een uniforme gegevensverwerking binnen de politie. Dit kan worden bereikt door een verplichte samenwerking en invoering (daartoe) van één systeem en/of het hanteren van een onderling eenvoudig uitwisselbaar bestandsformaat. Dit maakt een eenduidige en effectieve gegevensverwerking mogelijk en voorkomt versnippering van informatie. De voorgestelde Wet Politiegegevens komt in veel opzichten tegemoet aan de in dit onderzoek geconstateerde knelpunten.

Criminal investigationData processingDataminingDatawarehousePolicePolice analysisPolice registersPrivacy