Het dispositievereiste in het belastingrecht

Editor(s):
Cramwinckel T.A.

Abstract

In het artikel "Het dispositievereiste in het belastingrecht", WFR 2016/155 bespreek ik het “dispositievereiste”, een voorwaarde bij toepassing van het vertrouwensbeginsel. Belastingplichtigen moeten volgens deze eis extra schade hebben geleden naast de te betalen belasting doordat zij, vertrouwende op (onjuiste) inlichtingen van de fiscus, iets hebben gedaan of nagelaten. Het blijkt echter onduidelijk wanneer sprake is van de vereiste “schade naast de wettelijk verschuldigde belasting”. In dit artikel betoog ik dat uit de definitie van de Hoge Raad een methode kan worden gereconstrueerd waarmee het dispositievereiste kan worden getoetst. Dit leidt tot een model dat is gebaseerd op de fiscale jurisprudentie, de ratio van het dispositievereiste en diens bestuursrechtelijke “origine”. Dat biedt meer duidelijkheid over de criteria waarmee de belastingrechter het dispositievereiste (reeds impliciet) toetst. Al met al is de rechtspraak minder vaag en casuïstisch dan wel gedacht.

vertrouwensbeginseldispositievereistebelastingrechtbestuursrecht