Dateren van archeologische sporen in de bodem. Een pijnlijk proces
Abstract
Een archeoloog hoeft maar ergens naar te kijken en hij weet
meteen hoe oud een voorwerp is. Dat klinkt eigenlijk te mooi om waar te
zijn, en is het ook. Toch lijken veel mensen dit idee te hebben. Als het
dan misgaat, is dat nieuws. Met enig leedvermaak versloegen de media onlangs de ontdekking van een stone circle à la Stonehenge, in Schotland, die maar 20 jaar oud bleek te zijn. Trevor Noah wijdde er zelfs een goed bekeken clipje aan: hij gelooft nu niks meer van de archeologie. Maar hoe weten we dan wél hoe oud dingen zijn? Dat pas goed mogelijk sinds de uitvinding van de radiokoolstofmethode, of C14-datering, in 1949. Deze methode is zo belangrijk dat de bedenker ervan, Willard Libby, de Nobelprijs voor Scheikunde won. Er zijn tegenwoordig nog veel meer dateringsmethoden. In deze blog beschrijf ik de methode die het belangrijkst is in mijn eigen onderzoek: luminescentie-datering.

