De werkingssfeer van de Dienstenrichtlijn in Nederland: is aanvullende implementatie wenselijk?

Abstract

De Dienstenrichtlijn staat weer volop in de belangstelling. De directe aanleidinghiervoor zijn de prejudiciƫle vragen die de Afdeling bestuursrechtspraak van deRaad van State heeft gesteld in de zaken Trijber en Harmsen. Op 27 januari 2016heeft de Afdeling in deze zaken einduitspraak gedaan. Uit de uitspraken blijktdat een Nederlandse ondernemer in bepaalde omstandigheden een geslaagd beroepkan doen op de bepalingen uit de Dienstenrichtlijn en dat dit gevolg kan hebbenvoor Nederlandse vergunningstelsels. De uitspraken zijn in het bijzonder vanbelang voor de vraag wat de reikwijdte van de Dienstenwet is en meer in hetbijzonder of de Dienstenrichtlijn uitsluitend van toepassing is bij een geschilmet grensoverschrijdende elementen en zo ja, wanneer daarvan sprake is. In ditartikel staat deze vraag centraal.