AB 2012/324

Abstract

Deze Letse zaak is om drie redenen interessant. Allereerst wordt ingegaan op de ontvankelijkheid van de prejudiciële vraag, omdat betwist wordt dat sprake is van een grensoverschrijdend element (r.o. 16-22). Ten tweede komt de afbakening tussen art. 49 EG (vrij verkeer van diensten) en art. 43 EG (vrij verkeer van vestiging) aan de orde (r.o. 23-32). Ten slotte wordt de vraag beantwoord of bepalingen die bestuursorganen een ruime beoordelingsbevoegdheid geven (hierna door mij ‘open normen’ genoemd) in strijd met de transparantieverplichting kunnen zijn (r.o. 33-48).