BR 2013/80

Abstract

Op 6 september 2012 en 7 februari 2013 heeft de Rechtbank Utrecht twee uitspraken gewezen over het ontbreken van een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) bij de verlening van een omgevingsvergunning. De Rechtbank Utrecht oordeelt dat bij de aanvraag om een omgevingsvergunning het college altijd een vvgb zal moeten aanvragen bij de minister, tenzij ‘evident’ is dat geen Ffw-ontheffing of vvgb is vereist. Bij de beoordeling van die evidentie mag het college geen betekenis hechten aan eventuele mitigerende of compenserende maatregelen. Wij hebben gewezen op het onderscheid dat gemaakt moet worden tussen mitigerende en compenserende maatregelen: slechts mitigerende maatregelen kunnen worden betrokken bij de vraag of overtreding van een verbodsbepaling kan worden voorkomen en géén Ffw-ontheffing vereist is. De evidentietoets die de rechtbank hanteert is strenger dan de toets die de minister zelf hanteert. Een projectuitvoerder kan een ‘positieve afwijzing’ aanvragen, maar is hiertoe niet verplicht. De uitspraak van de rechtbank heeft tot gevolg dat de aanvrager van een omgevingsvergunning verplicht wordt om het college te vragen een ‘positief geweigerde vvgb’ bij de minister aan te vragen. Dit lijkt ons echter niet de bedoeling van het stelsel van de Wabo en Ffw. Een uitspraak van de Afdeling zal hierover uitsluitsel moeten geven.