BR 2013/132
Abstract
Ten onrechte geen nader onderzoek verricht om te kunnen beoordelen of sprake is van handelingen waarvoor een verklaring van geen bedenkingen op grond van de Flora- en faunawet moet worden aangevraagd voordat een omgevingsvergunning kan worden verleend.
In deze noot zullen wij ingaan op de overwegingen inzake de Flora en faunawet (Ffw) (r.o. 5 e.v.) uit deze uitspraak. Centraal staat een verleende omgevingsvergunning aan een stichting voor het bouwen van een hostel in afwijking van het bestemmingsplan en het aanleggen of veranderen van een uitweg ten behoeve daarvan. Een Ffw-ontheffing was door de stichting niet aangevraagd. Eén van de appellanten stelt zich op het standpunt dat de stichting ten onrechte niet gelijktijdig met de aanvraag om de omgevingsvergunning een Ffw-ontheffing heeft aangevraagd. In reactie op deze stelling van appellant overweegt de Afdeling (r.o. 5.2) dat ‘Anders dan [appellant sub 1] stelt, (het) (…) ingevolge artikel 2.7, eerste lid, van de Wabo niet vereist (is) dat de stichting gelijktijdig met de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor bouwen, een aanvraag voor activiteiten die ingevolge de Ffw vergunningplichtig zijn had moeten doen’. Deze overweging van de Afdeling zou verwarring kunnen zaaien. Want hoe zit het dan met de zogenaamde ‘aanhaakverplichting’, geldt deze nu wel of niet? Hierop wordt hierna onder 2 ingegaan. Vervolgens wordt onder 3 nog kort ingegaan op de vraag wanneer een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) is vereist.

