Dynamiek in beeld. Onderzoek van Westfriese nederzettingen uit de bronstijd
Abstract
Het oostelijk deel van West-Friesland was in de midden- en late bronstijd (ca. 1600-800 v. Chr.) een dichtbevolkt gebied met vele boerendorpjes. Door de goede conserveringsomstandigheden is de regio een schatkamer van de overblijfselen uit die tijd. In deze studie zijn oude opgravingsgegevens uitgewerkt en vertaald naar nieuwe inzichten in de inrichting en ontwikkeling van dit indrukwekkende prehistorische cultuurlandschap. Een van de opvallende resultaten van dit onderzoek is dat de nederzettingsterreinen vaak vele generaties bewoond zijn, maar tegelijkertijd een dynamisch karakter hebben. Continuïteit was er op locaties waar een huisplaats is ingericht: nieuwe boerderijen werden vaak generaties lang op dezelfde plaats als de voorgangers gebouwd. Maar we zien ook dat huisplaatsen die generaties lang bewoond zijn geweest, op een zeker moment werden opgegeven en een andere functie krijgen. Door de lange bewoningsduur van terreinen en goede conservering en herkenbaarheid van grondsporen, zijn de Westfriese vindplaatsen bij uitstek geschikt om deze dynamiek in beeld te brengen. Veel beter dan elders in Nederland is het mogelijk inzicht te krijgen in de keuzes die men in de bronstijd heeft gemaakt bij de inrichting van het landschap. Dat maakt deze studie een ijkpunt voor bronstijdonderzoek in Nederland, maar ook in Noordwest-Europa.

