Procedurele waarborgen in materiële EVRM-rechten

Editor(s):
Jong T. de

Abstract

In het EVRM vinden we

expliciete procedurele rechten

als het recht op een eerlijk proces (artikel 6) en het recht op een effectief rechtsmiddel (artikel 13). Steeds vaker ontleent het EHRM ook procedurele waarborgen aan de verdragsrechten die op het eerste gezicht materieel van aard zijn. Het is van groot belang om op de hoogte te zijn van deze extra verplichtingen. In dit proefschrift worden de procedurele positieve verplichtingen volgend uit het recht op leven (artikel 2), het folterverbod (artikel 3), het recht op privé- en familieleven (artikel 8) en het eigendomsrecht (artikel 1 EP) in kaart gebracht. De nadruk ligt op de verplichtingen voor het (bijzonder) bestuursrecht. Bovendien wordt in deze studie gekeken in hoeverre de procedurele verplichtingen volgend uit deze materiële EVRM-rechten van toegevoegde waarde zijn ten opzichte van de procedurele eisen van de artikelen 6 en 13 EVRM. Daarnaast wordt in deze studie bezien of uit de toetsingspraktijk van het EHRM zelf nadere (indirecte) procedurele verplichtingen zijn af te leiden die in nationale procedures in acht moeten worden genomen. Dit onderzoek levert handvatten op die de nationale autoriteiten (bestuur en rechter) beter in staat stellen om EVRM-conforme nationale procedures in te richten en zo EVRM-schendingen te voorkomen.

ECHRECtHRProcedural safeguards requirementsDecision making proceduresFair trial