Inzage in (ontvangers van) persoonsgegevens onder artikel 15 AVG en de (on)mogelijkheid van een beroep op artikel 41 UAVG en bedrijfsgeheimen: Annotatie bij Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 november 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:7218

Abstract

Deze annotatie bespreekt de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 november 2025 (ECLI:NL:GHARL:2025:7218) over het recht op inzage in de concrete ontvangers van persoonsgegevens op grond van artikel 15 lid 1 onder c AVG. Het hof oordeelde dat handelsinformatiebureau GraydonCreditsafe kon volstaan met het enuntiatief noemen van enkele niet-limitatief geformuleerde categorieën van ontvangers (‘onder andere (maar niet uitsluitend)’ banken, verzekeraars, leasemaatschappijen en groothandels), mede omdat de identiteit van individuele afnemers als bedrijfsgeheim werd aangemerkt en artikel 41 UAVG een beperking van het inzagerecht zou rechtvaardigen. In de annotatie wordt betoogd dat deze benadering niet verenigbaar is met het Unierecht. Kennis van concrete ontvangers is noodzakelijk om andere rechten onder de AVG effectief te kunnen uitoefenen. Nu de betrokkene noch over concrete ontvangers beschikt, noch over een concreet en afgebakend overzicht van categorieën, tast deze categorische en permanente uitsluiting de wezenlijke inhoud van het inzagerecht aan. Daarnaast wordt betoogd dat de identiteit van individuele ontvangers in deze zaak niet zonder meer als bedrijfsgeheim kan worden aangemerkt, dat artikel 41 UAVG niet voldoet aan de eisen die artikel 23 AVG aan nationale beperkingsmaatregelen stelt, en dat deze bepaling hoe dan ook geen grondslag kan bieden voor een structurele uitsluiting van transparantie over ontvangers. De annotatie concludeert dat het hof het beroep op bedrijfsgeheimen en artikel 41 UAVG had moeten afwijzen en aansluiting had moeten zoeken bij de Unierechtelijke benadering in de Oostenrijkse rechtspraak.

inzagerechtartikel 15 AVGontvangers van persoonsgegevensartikel 23 AVGartikel 41 UAVGbedrijfsgeheimenhandelsinformatiebureaustransparantiegegevensbeschermingwezenlijke inhoud van grondrechten