Veel raad, weinig baat : een onderzoek naar nut en noodzaak van de Nederlandse Raad voor de Journalistiek
Abstract
Door de groei, de groeiende verscheidenheid en de concurrentie tussen de media is de invloed van de media de laatste decennia aanzienlijk toegenomen. In het verlengde hiervan is ook het aantal klachten over onjuiste, grievende en op de privacy inbreukmakende berichtgeving vermeerderd. Voor klachten over journalistieke gedragingen kan men terecht bij de rechter en - sinds 1960 - bij de Raad voor de Journalistiek. De auteur heeft een een onderzoek ingesteld naar het functioneren van de Raad voor de Journalistiek in vergelijking tot de rechterlijke toetsing van journalistieke gedragingen. Op basis van een vergelijking van honderden uitspraken van de Raad van de Journalistiek met rechterlijke vonnissen in vergelijkbare zaken over een periode van 15 jaar ( !990 tot en met 2004 ) komt de auteur tot de conclusie dat de huidige Raad geen bestaansrecht heeft. Deze conclusie wordt nog ondersteund door een kort rechtsvergelijkend onderzoek naar het functioneren van met de Raad voor de Journalistiek vergelijkbare persraden in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Zweden en Vlaanderen. Daarnaast is een vergelijking gemaakt met het functioneren van de Reclame Code Commissie, die toeziet op de oorbaarheid van reclame-uitingen. De auteur komt tot de conclusie dat alleen bij een drastische hervorming van de Raad voor de Journalistiek- op het punt van samenstelling, procedure en wijze van klachtbeoordeling - het voortbestaan van de Raad gerechtvaardigd is. Hij draagt daartoe een tiental voorstellen aan.

