Een Unierechtelijke verordening verplicht de staatssecretaris tot correctie van de beschikking tot subsidievaststelling en terugvordering van teveel betaalde subsidiegelden. Gelet op deze verplichting en met een verordeningsconforme uitleg van art. 4:49 Awb was de staatssecretaris daartoe ook bevoegd. Beroep op het Unierechtelijk vertrouwensbeginsel slaagt niet.