De WSNP: bedoelde en onbedoelde effecten op het minnelijk traject

Abstract

In 1998 is de Wet schuldsanering

natuurlijke personen (Wsnp) in werking getreden. Zij is ingevoerd als

"stok achter de deur" voor crediteuren om vaker mee te werken aan

minnelijke schuldregelingen. De beoogde wijziging in het crediteurengedrag wil de wetgever bereiken door wettelijke schuldsaneringen (financieel) minder aantrekkelijk te maken dan de minnelijk variant. Voor de organisaties die minnelijke schuldregeling aanvoeren, moet de Wsnp tot gevolg hebben dat hun slagingspercentage stijgt omdat meer schuldenaren geholpen kunnen worden. Toen de Wsnp eenmaal van kracht was, bleek al vrij snel dat het slagingspercentage bij veel schuldhulpverlenende organisaties niet steeg maar daalde. In dit proefschrift wordt de vraag beantwoord hoe deze daling is te verklaren en wat de rol van de Wsnp daarbij is. Voor de beantwoording is er een verklaringsstrategie gehanteerd waarbij ten aanzien van drie groepen factoren is onderzocht of zij een verklaring vormen voor de daling. Deze factoren zijn de beleidstheorie van de Wsnp, de uitvoering van minnelijke schuldhulpverlening en relevante maatschappelijke ontwikkelingen zoals veranderingen in de schuldsituaties waarvoor mensen om hulp vragen

WsnpFresh startOverindebtednessConsumer bankruptcy actVoluntary debtsettlement