Markets and ports: a comparative study into the origin and development of urban landscapes in the Low Countries until c.1560
Abstract
De meeste steden in Nederland en de directe buurlanden zijn ontstaan in de middeleeuwen. Veel historische binnensteden hebben ook een stedenbouwkundige structuur die grotendeels toen is bepaald: met een 16de-eeuwse stadsplattegrond kun je in veel steden tegenwoordig nog prima de weg vinden. Hoe is de stadsontwikkeling in deze belangrijke periode verlopen? Lang is ervan uitgegaan dat steden met een regelmatige plattegrond planmatig zijn aangelegd en steden met een onregelmatige plattegrond ‘organisch’ of ‘spontaan’ zijn gegroeid. In dit onderzoek is gewerkt vanuit een nieuw model, dat meer recht doet aan de complexiteit van de middeleeuwse stadsontwikkeling. Het nieuwe model gaat uit van de actoren, de mensen die de stad bouwden, de functies die zij er een plek wilden geven, en de omstandigheden en uitgangssituaties waarbinnen zij opereerden. Met behulp van dit model kon de nadruk die historici leggen op het belang van de economische functies van markten en havens vanuit een ruimtelijke invalshoek worden geanalyseerd. Drie steden zijn diepgaand onderzocht, vergeleken en op een vernieuwende manier in kaart gebracht op basis van archeologische, historische en geografische bronnen: Utrecht, ’s-Hertogenbosch en Amsterdam. Dit heeft geleid tot nieuwe inzichten en kaartbeelden van de ruimtelijke ontwikkeling van de steden en het landschap tot omstreeks 1560. De ontwikkelde methode is herhaalbaar en aanpasbaar voor andere steden. De resultaten van het onderzoek zijn daarmee niet alleen van belang voor het academische onderzoek en onderwijs. Ze zijn ook praktisch toepasbaar in de stedelijke erfgoedzorg en kunnen kennis en inspiratie bieden aan hedendaagse stedenbouwers en ontwikkelaars.

