Nadeelcompensatie
- Editor(s):
- Schlössels, R.J.N.; Peters, J.A.F.; Albers, C.L.G.F.H.; Bröring, H.E.
Abstract
Deze bijdrage is opgebouwd rondom De Wouwse tol-uitspraak d.d. 5 december 2012: een absolute klassieker in het nadeelcompensatierecht, waarin de Afdeling - geïnspireerd door een creatief betoog van (de gemachtigden van) een ondernemer - een einde maakte aan de decennia oude praktijk waarin voor de afbakening van het normaal maatschappelijk risico (vereiste van de abnormale last) stug werd vastgehouden aan een 15%-drempel bij omzetschade door tijdelijke infrastructurele maatregelen. De auteurs gaan uitgebreid in op de ontwikkelingen die zich sinds deze uitspraak hebben voorgedaan in het nadeelcompensatierecht. Daarbij is van moeilijk te onderschatten belang het in werking treden van de algemene titel over nadeelcompensatie in de Awb (titel 4.5) en de gelijktijdige inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024, die eveneens een afdeling over nadeelcompensatie bevat (afdeling 15.1). De auteurs leggen hierbij de naduk op de twee kernvereisten voor toekenning van nadeelcompensatie: de abnormale last en speciale last.

