Resultaten landschap en bodemopbouw
- Editor(s):
- Duivenvoorden, D.D.; Beck, T.S.
Abstract
Het plangebied bevindt zich in de Maaskant, een onderdeel van de riviervlakte van de Maas. In zuidoostelijke richting ligt het hogere Brabantse dekzandgebied, waar het centrum van Oss op is gevestigd. In de ondergrond van de Maaskant komen hoogteverschillen voor die verband houden met een erosief terrassenlandschap. Hier liggen pleistocene terrassen aan de oppervlakte, waarbij de hoogteverschillen stroomafwaarts geleidelijk afnemen.
Op microniveau vertoont het plangebied een daling van oost naar west. Dit heeft als gevolg dat het maaiveld een geleidelijke daling kent van ca. 4,4 m +NAP in het oosten naar 4,1 m +NAP in het westen. Deze daling wordt vermoedelijk veroorzaakt door een van de kleinere breuken in de nog actieve Peelrandbreukzone, die de grens vormt tussen de Roerdalslenk en de Peelhorst en door het plangebied loopt. Het onderliggende sporenniveau is een weerspiegeling van het maaiveld en kent een soortgelijke trend, waarbij van oost naar west een daling van 4,2 m +NAP naar 3,4 m +NAP aanwezig is.
In het gehele plangebied bestaat de basis van het bodemprofiel uit matig grindhoudende pleistocene terrasafzettingen. De top van dit terras wordt bedekt door overstromingsafzettingen die zijn ontstaan bij afgenomen rivieractiviteit, toen de Maas op een lager niveau stroomde. Verbruining en sporen van bioturbatie wijzen op een beginnende bodemvorming in een vroege fase van het laat-glaciaal. De pleistocene terrasafzettingen worden afgedekt door een dekzandpakket uit het laatpleniglaciaal tot laat-glaciaal, waarin zich een podzolbodem heeft ontwikkeld. In een groot deel van het onderzoeksgebied ontbreekt de podzolbodem door afgraving van het oorspronkelijke bodemprofiel. Op enkele lager gelegen delen, die het microreliëf van het onderliggende terras volgen, is sprake van een intacte podzolbodem en zijn resten van het oorspronkelijke bewoningsoppervlak uit de bronstijd bewaard gebleven. Lokaal wordt de intacte podzolbodem bedekt door een dun stuifzandlaagje met een nivellerende functie, gedateerd in de midden- tot late ijzertijd.
Ten slotte is het pleistocene landschap bedekt door een kleipakket, dat zich door overstromingen tot ver in de 19e eeuw in dikte heeft doen toenemen. Door (sub)recente ploegactiviteiten is dit kleipakket vermengd met de onderliggende pleistocene afzettingen, wat resulteert in het sterk zandige karakter ervan.

