Het standstillbeginsel uit het VN-verdrag Handicap in de wetgevingspraktijk: een kroniek van verwaarlozing die geïllustreerd wordt door het Wetsvoorstel vervanging abonnementstarief Wmo 2015

Abstract

Het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (VN-verdrag Handicap) schrijft een interpretatie van onze universele mensenrechten voor die specifiek toegespitst is op de huidige maatschappelijke achterstelling van mensen met een functiebeperking. Belangrijk hierbij is het standstillbeginsel, een principe uit het internationaal recht dat ook is vastgelegd in het VN-verdrag Handicap zelf. Dit houdt in dat verdragsstaten de geboekte vooruitgang inzake de verwezenlijking van de rechten van mensen met een functiebeperking niet zomaar ongedaan kunnen maken. De Nederlandse wetgever lijkt hier in de tien jaar sinds de ratificatie van het verdrag echter relatief weinig aandacht aan te hebben geschonken. En dit zien we ook in het centrale voorbeeld van deze bijdrage: het Wetsvoorstel vervanging abonnementstarief Wmo 2015. De voorgestelde eigen bijdrage voor onder andere maatwerkvoorzieningen lijkt namelijk strijdig te kunnen zijn met het standstillbeginsel, en dat terwijl er mogelijke alternatieve benaderingen zijn.

VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (VN-verdrag Handicap)Stand still-beginselWMO 2015MogelijkhedenaanpakKwetsbaarheidstheorie