Onychomycosis in primary care practice: major challenges from a minor ailment
Abstract
Dit proefschrift onderzoekt diagnostische, therapeutische en prognostische aspecten van onychomycose (schimmelnagels) in de huisartsenpraktijk. Hoewel onychomycose een veelvoorkomende, doorgaans milde aandoening is, kan de aanpak uitdagend zijn door onzekerheid rondom de diagnose, behandelopties en langetermijngevolgen.
In het eerste deel wordt de nauwkeurigheid van de klinische diagnose van onychomycose door huisartsen onderzocht. De diagnose op uitsluitend klinische gronden kan in slechts 75% van de gevallen bevestigd worden door aanvullend laboratoriumonderzoek, hetgeen de onzekerheid van de klinische diagnose zonder aanvullende diagnostiek onderstreept.
In deel II illustreert een casus een ernstige cutane bijwerking van oraal terbinafine, het eerste keuzemiddel voor onychomycose, en vormt hiermee een aanleiding voor onderzoek naar topicale behandelingen als alternatief. In een gerandomiseerd, dubbelblind geneesmiddelenonderzoek wordt de effectiviteit van twee lokale antimycotica, miconazol en amorolfine, vergeleken met een placebo. Beide middelen blijken veilig maar niet effectief. In het derde deel worden prognostische implicaties van onychomycose bij patiënten met diabetes onderzocht aan de hand van een longitudinaal cohortonderzoek met eerstelijns routinezorgdata. Onychomycose blijkt significant geassocieerd met een verhoogd risico op ulceratieve complicaties. Het proefschrift onderstreept de beperkingen van klinische diagnose en lokale behandeling, en benadrukt het belang van vroegtijdige herkenning bij risicopatiënten in de huisartsenpraktijk.

