Commentaar op artikel 4:130 Awb

Editor(s):
Barkhuysen, T.; Bröring, H.E.; Jacobs, M.J.; Koenraad, L.M.; Ortlep, R.; Sanders, T.N.; Wever, M.

Abstract

Art. 4:130 Awb bepaalt de termijn waarbinnen het bestuursorgaan uiterlijk een beslissing dient te nemen op de aanvraag als bedoeld in art. 4:126 lid 1 Awb. Onder 2.2 zal eerst worden ingegaan op de algemene beslistermijn uit art. 4:130 lid 1 Awb en de uit art. 4:130 lid 2 Awb voortvloeiende mogelijkheid die te verlengen. Vervolgens wordt aandacht geschonken aan de bijzondere regeling van art. 4:130 lid 3 Awb voor aanvragen om nadeelcompensatie die reeds zijn ingediend voorafgaand aan de onherroepelijkheid van het appellabele besluit dat de schade beweerdelijk heeft veroorzaakt. Onder 2.3 wordt eerst kort stilgestaan bij de opschorting van de beslistermijnen uit art. 4:130 Awb door art. 4:15 lid 1, aanhef en onder a Awb in geval van een gebrekkige aanvraag. Ten slotte wordt besproken dat titel 4.5 Awb niet voorziet in de in de praktijk bestaande behoefte aan een nadere onderverdeling van de nadeelcompensatieprocedure in deeltermijnen.