Commentaar op artikel 4:128 Awb
- Editor(s):
- Barkhuysen, T.; Bröring, H.E.; Jacobs, M.J.; Koenraad, L.M.; Ortlep, R.; Sanders, T.N.; Wever, M.
Abstract
Art. 4:128 lid 1 Awb maakt het mogelijk dat van de aanvrager een recht van ten hoogste € 500 wordt geheven voor het in behandeling nemen van zijn aanvraag om nadeelcompensatie. Onder 2.2 wordt allereerst stilgestaan bij het doel dat de wetgever nastreeft met art. 4:128 Awb. Vervolgens komt aan bod in hoeverre er beleidsruimte bestaat ten aanzien van het al dan niet toepassen van deze bepaling en de hoogte van het te heffen recht. Ten slotte wordt de mogelijkheid besproken om bij algemene maatregel van bestuur één uniform recht vast te stellen voor aanvragen om nadeelcompensatie die worden afgedaan op het niveau van de centrale overheid. Onder 2.3 wordt ingegaan op de historische achtergrond van art. 4:128 Awb: vergelijkbare bepalingen waren al te vinden in de planschaderegelingen van de WRO en Wro, mede vanwege jurisprudentie van de Hoge Raad. Hierna wordt de verhouding van art. 4:128 Awb tot art. 4:5 Awb besproken. Ten slotte zal blijken dat ook kritisch kan worden gedacht over het antwoord op de vraag of überhaupt een recht zou moeten worden geheven teneinde de doelstellingen van de wetgever te bereiken.
