Commentaar op artikel 4:126 lid 3 Awb
- Editor(s):
- Barkhuysen, T.; Bröring, H.E.; Jacobs, M.J.; Koenraad, L.M.; Ortlep, R.; Sanders, T.N.; Wever, M.
Abstract
Als de schadeoorzaak als bedoeld in art. 4:126 lid 1 Awb ook voordeel voor de benadeelde heeft opgeleverd, dient het bestuur dit op grond van art. 4:126 lid 3 Awb in aanmerking te nemen bij de vaststelling van de te vergoeden schade. In dit verband wordt gesproken van voordeelverrekening. Onder 2.2 zal eerst worden stilgestaan bij het doel en de strekking van art. 4:126 lid 3 Awb: wat is de idee achter deze bepaling? Vervolgens wordt de vraag beantwoord wanneer precies kan worden gesproken van voordeel. Daarna zal blijken dat het ook mogelijk is schade door het ene besluit te verrekenen met voordeel uit een ander besluit, mits beide besluiten voldoende nauw met elkaar zijn verweven. Daarvan is slechts sprake onder strenge voorwaarden. Ten slotte word onder 2.3 ingegaan op de verhouding tussen art. 4:126 lid 3 Awb en haar civielrechtelijke equivalent, art. 6:100 BW. Daarbij zal blijken dat de Awb-bepaling dwingender is dan haar tekst doet vermoeden, en bovendien ten onrechte geen redelijkheidsclausule bevat.
