Ritmisch de orde openbreking: hiphop in het licht van Mettes’ poëtica

Editor(s):
Bluijs, S.; Leven, B.

Abstract

Poëzie moet niet verward worden met rappen zonder flow, merkt Jeroen Mettes op in zijn eerste blogpost ‘Oké’. Ook noemt hij rap ‘geen kunstvorm’, en dubbelzinnig genoeg ‘proletarische poëzie’ (2011a, 135), maar bespreekt rap elders in Weerstandsbeleid wel degelijk in de context van poëzie. Regelmatig gebruikt Mettes in dat verband de Nederlandse variant van de oorspronkelijk Amerikaanse hiphopterm street credibility: ‘straatgeloofwaardigheid’, die op gespannen voet lijkt te staan met Mettes’ verzet tegen representatie. Via de hiphopperformance represent kunstelen rappers beelden van hun lokale leefomgeving. Zij authentiseren en autoriseren zich als van een bepaalde plaats, en willen hun publiek ervan overtuigen dat zij real (echt, oprecht) zijn, evenals hun afbeelding van de leefomgeving. Inherent aan represent, een performance, is daarom de vraag van de opvoerder aan het publiek om deze al dan niet te geloven. Deze geloofwaardigheid wordt vanwege de relatie van hiphop tot de straat zowel door de scene als door academici street credibility genoemd. Door de vermelding van de term street credibility opent Mettes de deur om zijn werk en uitspraken in het licht van rap en hiphop te zien – en andersom. In dit artikel onderzoek ik daarom de betekenis van de hiphopbegrippen represent, realness en street cred om te zien in hoeverre de hiphoppraktijk aansluiting vindt bij Mettes’ poëticale project.

Nederlandse hiphopLiteratuurkritiekJeroen MettesPoëticaRealnessauthenticiteitStreet credibilityAutoriteitRepresentatieRepresent