Informatie-uitwisseling tussen de Nationale Politie en particuliere veiligheidsorganisaties
Abstract
Dit onderzoek richtte zich op het vinden van prioriteiten rond informatie-uitwisseling tussen de politie en particuliere veiligheidsactoren. De eerste onderzoeksvraag luidde: “Wat zijn de prioriteiten wat betreft informatie-uitwisseling voor zo-wel de Nationale Politie als particuliere veiligheidsactoren?”. Hiervoor werd academische en professionele literatuur geanalyseerd, interviews gehouden en een survey uitgestuurd. Er konden 61 onderscheiden zorgen bij projecten voor informatie-uitwisseling tussen politie en particuliere veiligheidsactoren geïdentificeerd worden. De zorgen werden door de onderzoekers in 10 brede categorieën gerangschikt: waarde van de informatie, oneigenlijk gebruik van de informatie, betrekken van de juiste actoren, impact op andere werkzaamheden, impact op reputatie, waarborgen en bruikbaarheid, kennis en expertise, capaciteit, wil tot samenwerken en juridisch kader. Het is belangrijk om bij elk project waar nodig randvoorwaarden te creëren voor het wegnemen van deze zorgen.
Voor het beantwoorden van de tweede onderzoeksvraag: “Wat zijn de wettelijke mogelijkheden voor het uitwisselen van informatie op basis van deze prioriteiten?” werd zowel een breder juridisch kader onderzocht als juridische randvoorwaarden voor de vijf concrete projecten die op basis van de derde onderzoeksvraag uitgewerkt werden. Over de juridische randvoorwaarden voor de concrete projecten kan algemeen gesteld worden dat er veel mogelijk bleek zonder dat het nodig was om wetgeving te wijzigen. Het bredere juridische kader keek zowel naar wetgeving rond informatie-uitwisseling met de politie, wetgeving rond beïnvloeding van de marktpositie, en wetgeving rond de wettelijke informatieplichten van en aan de politie.
De derde onderzoeksvraag, “Welke concrete projecten worden binnen deze wettelijke contouren als wenselijk geacht door zowel de Nationale Politie als particuliere veiligheidsactoren?” werd beantwoord door het creëren van een methodologie om voorstellen te rangschikken op efficiëntie/effectiviteit, technische haalbaarheid en maatschappelijke relevantie. Dit werd kwantitatief bevraagd in een survey, met ook een kwalitatief gedeelte om zorgen te uiten over het project. De projecten werden gerangschikt rekening houdende met de antwoorden van alle respondenten, en dan een tweede en derde keer gerangschikt rekening houdende met de antwoorden van respondenten uit de politie en met de antwoorden van respondenten uit de particuliere veiligheidsactoren. Dit laatste werd gedaan om te toetsen of de antwoorden niet te ver uit elkaar lagen. Uit dit onderzoek kwamen nog een aantal andere bevindingen die niet passen onder de gestelde onderzoeksvragen, maar wel relevant zijn. Het bijeenbrengen van publieke en private actoren in een brainstormsessie werd als heel positief ervaren, zelfs indien dit niet leidde tot de uitvoering van een project met de aanwezigen als participanten. Kennisuitwisseling en de creatie van potentieel innovatieve ideeën werd op zich al als waardevol bestempeld. Hier kan ook een inventarisering nuttig zijn, die kan leiden tot een beter zicht wat er al plaats neemt. Tenslotte kwam uit dit onderzoek dat er over (nieuwe) informatie-uitwisseling ook niet te ingewikkeld en defensief moet worden gedacht, omdat er dan uiteindelijk vaak niets wordt gedaan. Implementeer daarom eerst simpelste variant van een systeem, en bouw daar later verder op door.

