Doorbreking van rechtsmiddelenverboden

Abstract

Het Nederlandse privaatrecht kent veel verschillende rechtsmiddelenverboden. Dit zijn wettelijke bepalingen die ten aanzien van bepaalde rechterlijke beslissingen een of meer procesrechtelijke rechtsmiddelen uitsluiten. De Hoge Raad heeft in de zogenaamde doorbrekingsjurisprudentie gronden ontwikkeld op basis waarvan een rechtsmiddel ondanks wettelijke uitsluiting daarvan toch kan worden aangewend. Een rechtsmiddelenverbod kan worden doorbroken als de rechter in voorgaande aanleg de regeling waarop hij zijn beslissing heeft gebaseerd i) ten onrechte heeft toegepast, ii) ten onrechte niet heeft toegepast, of iii) heeft toegepast met verzuim van essentiële vormen. Dit boek gaat over deze doorbrekingsgronden en hun toepassing. Aan bod komen onder meer de invulling van de doorbrekingsgronden, de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om tot beoordeling van die gronden te komen en de mogelijke gevolgen van het inroepen van een doorbrekingsgrond. Hierbij staat centraal of en hoe doorbreking past in een civielprocesrechtelijk systeem met een gesloten stelsel van rechtsmiddelen en of de betreffende regels aanpassing behoeven. Daarbij worden niet alleen het rechtsmiddelenverbod en de Nederlandse civielrechtelijke doorbrekingsjurisprudentie uitgebreid besproken, maar komen ook daarmee vergelijkbare rechtsregels in andere rechtsgebieden en het Franse recht aan de orde.

Hoger beroepCassatieGesloten stelsel van rechtsmiddelenDoorbrekingsleerDoorbrekingsjurisprudentieAppel-nullitéEerlijk procesAppellabiliteit