Voorrang bij verhaal: rechtvaardigingen en verklaringen
Abstract
Als een onderneming failleert, dan is veelal sprake van een situatie waarin de goederen van die onderneming ontoereikend zijn om al haar schulden volledig te voldoen. Dit activeert de rangorderegels van het verhaalsrecht (primair neergelegd in titel 3.10 BW). Zij regelen hoe het beschikbare verhaalsvermogen over de schuldeisers dient te worden verdeeld en roepen daarbij diverse voorrangsposities in het leven (o.a. voor pand- en hypotheekhouders en voor de fiscus). Deze rangorderegels worden in dit boek aan een diepgaande studie onderworpen, waarbij zij vanuit twee perspectieven worden bestudeerd. In de eerste plaats wordt onderzocht welke wetenschappelijke rechtvaardigingen zijn aan te wijzen voor de toekenning van voorrang bij verhaal (o.a. economische efficiëntie). Ten tweede worden de bestaande voorrangsposities in het Nederlandse verhaalsrecht aan een historisch-verklarende studie onderworpen, om te achterhalen waarom deze voorrangsposities zijn zoals ze zijn. Beide perspectieven worden vervolgens met elkaar vergeleken, gevolgd door een evaluatie van het handelen van de wetgever in het verhaalsrecht. Het boek wordt afgesloten met aanbevelingen ter herziening van de rangorderegels in het verhaalsrecht.

