Rijkspostbank 2.0: een pleidooi voor de nationalisatie van de betaalinfrastructuur voor consumenten
Abstract
Onze samenleving is al langere tijd aan het kantelen naar een cashless samenleving. Een betaalrekening is een eerste levensbehoefte geworden. Met een betaalkaart of smartphone worden de rekeningen betaald. In sommige sectoren – neem het openbaar vervoer – zijn contanten al niet meer toegestaan. Als een bank faalt of dreigt te falen, heeft dat grote consequenties door de kritieke functie van die bank en de continuïteit van de betaalinfrastructuur. Daarom wordt er in deze bijdrage voor gepleit om de betaalinfrastructuur voor consumenten te nationaliseren. Daarbij zou worden teruggekeerd naar de situatie zoals die voor 1980 in ons land bestond waarbij het betalingsverkeer werd geëxploiteerd door een bank die in overheidshanden was. Banken verdienen niets aan betalingsverkeer, dus de bedrijfseconomische gevolgen zullen niet groot zijn. Wel moeten banken een alternatief bedenken voor hun huidige propositie. Veel bancaire diensten zijn namelijk geconcentreerd rond de betaalrekening, een spaar- of beleggingsrekening is daar vaak aan gekoppeld. Naar analogie van de splitsing van de infrastructuur voor energielevering en de verkoop en distributie daarvan zo'n twintig jaar gelden, zou een dergelijke afsplitsing van de betaalinfrastructuur voor particulieren, veel voordelen brengen, zowel voor de samenleving als voor de banken zelf. Banken blijven overigens het spaargeld beheren van hun cliënten, de Rijkspostbank 2.0 zou zich niet moeten begeven op de Nederlandse spaarmarkt. In deze bijdrage worden alle voor- en nadelen van een dergelijke nationalisatie in kaart gebracht.

