Bedreigende rap en de kunstexceptie
Abstract
Bedreigende rap en de kunstexceptie. In diverse zaken is door rapartiesten een beroep gedaan op de kunstexceptie toen zij zich voor de strafrechter moesten verantwoorden. In deze bijdrage wordt door Bakker en Van de Wetering antwoord gegeven op de vraag in hoeverre ruimte bestaat voor een succesvol beroep op de kunstexceptie in dergelijke zaken. Daarbij wordt stilgestaan bij de betekenis en reikwijdte van de kunstexceptie, volgend uit de literatuur en EHRM-jurisprudentie over artikel 10 EVRM. Verder wordt ingegaan op nationale jurisprudentie omtrent de kunstexceptie en strafbare rapteksten, teneinde de weinig belichte relatie tussen rap en de kunstexceptie nader te duiden.

