Exploitatievergunningen voor coffeeshops mogen worden beperkt in aantal en geldigheidsduur
Abstract
Naar deze uitspraak werd door vele gemeenteambtenaren reikhalzend uitgekeken. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ‘de Afdeling’) oordeelt in deze uitspraak dat het aantal te verlenen exploitatievergunningen voor coffeeshops mag worden gemaximeerd en dat deze vergunningen voor een beperkte duur mogen worden verleend. Deze uitspraak kan daarmee aanzienlijke
gevolgen hebben voor zowel exploitanten van coffeeshops als voor de gemeenten. Dit naschrift is als volgt opgebouwd. Eerst wordt stilgestaan bij de feiten van de zaak (par. 2) en de verhouding tussen een gedoogverklaring en een exploitatievergunning (par. 3 en 4). Vervolgens gaan wij in op de beperking van het aantal exploitatievergunningen en de geldigheidsduur daarvan (par. 5). Ten slotte wordt ingegaan
op de vraag of mededingingsruimte moet worden geboden voordat een exploitatievergunning kan worden verleend (par. 6).

