Omgevingsvergunning voor een zonnepark in strijd met het beginsel van fair play. (Drimmelen)

Abstract

Vorig jaar heeft de Afdeling een tweetal interessante uitspraken gedaan waarin wordt geoordeeld dat de omgevingsvergunning voor de bouw van een zonnepark in strijd is met het beginsel van fair play. Hoewel de uitspraken ruim een jaar oud zijn, verdienen deze nog altijd een nadere bespreking. Zo wijzen Schlössels, Hermans en Theunisse erop dat er in 2022 meerdere uitspraken zijn gedaan over het verbod van vooringenomenheid en het beginsel van fair play. Een dergelijke stroom van uitspraken is volgens hen uniek en wijst op een omslag (R.J.N. Schlössels, M.C.A. Hermans & M.H.W.C.M. Theunisse, ‘Kroniek Beginselen van behoorlijk bestuur’, NTB 2022/309, par. 2.1). Deze annotatie is als volgt opgebouwd. Ik geef eerst een kort overzicht van de feiten (onder 2) en het oordeel van de Afdeling (onder 3). Vervolgens ga ik in op het beginsel van fair play (onder 4) en de vraag of hier geen sprake is van een schaarse omgevingsvergunning en dus het beginsel van gelijke kansen ook is geschonden (onder 5). Afgesloten wordt met een conclusie (onder 6).