Beslissen of motiveren? Over het gebruik van taalkundige argumenten in het fiscale recht
Abstract
In de arresten van 23 mei 2014 over de bepalingen tegen handel in herinvesteringsreservelichamen is een hoofdrol weggelegd voor taalkundige wetsuitleg. Deze en andere recente uitspraken roepen daarmee de vraag op welke rol tekstuele argumenten precies spelen bij de uitleg van de belastingwet. In deze bijdrage demonstreert de auteur aan de hand van de procedures waarin op 23 mei 2014 uitspraak is gedaan dat het zinvoller is om de taalkundige (of grammaticale) "methode" van rechtsvinding te percipiƫren en te gebruiken als een categorie argumenten om een reeds gekozen standpunt te onderbouwen dan als wetenschappelijke methode om het recht vast te stellen en zo een standpunt te bepalen. Hij gaat daarbij in op zowel de positie van de procespartijen die hun belang verdedigen, als die van de rechter die het geschil moet beslechten.

