De normering van academisch ondernemerschap: perspectieven vanuit het onderwijs(bekostigings)recht, het Europees staatssteunrecht en de academische vrijheid & wetenschappelijke integriteit

Abstract

Universiteiten zijn parttime ondernemingen. Ze zetten bedrijven op, adviseren overheden en bedrijven en verstrekken durfkapitaal aan start-ups. Deze vormen van academisch ondernemerschap worden verricht door instituten die worden bekostigd uit publieke middelen. Maar wie de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) er op naslaat zal daarin geen normen over academisch ondernemerschap vinden. Deze normen moeten worden gezocht in diverse juridisch bindende en niet-juridisch bindende documenten. In dit proefschrift is onderzocht op welke wijze het academisch ondernemerschap in Nederland wordt genormeerd en in hoeverre deze normering duidelijk is voor actoren binnen universiteiten en andere betrokkenen. Om deze vraag te beantwoorden zijn perspectieven betrokken vanuit het onderwijs(bekostigings)recht, het Europees staatssteunrecht en de academische

vrijheid & wetenschappelijke integriteit. Daarin gelden diverse normen die zijn gebaseerd op uitgangspunten zoals de doelmatige besteding van publieke middelen door universiteiten, eerlijke concurrentie met particuliere ondernemers die geen publiek geld ontvangen, publicatievrijheid en het tegengaan van belangenverstrengeling. In dit proefschrift zijn de normen geanalyseerd en onduidelijkheden daarin aangewezen.

Academic entrepreneurshipeducation fundingstate aid lawhigher education institutesacademic freedomfreedom of speechscientific integrityconflict of interestsconflict of commitment