Voorlopige voorzieningen en dwangregeling in het schuldsaneringsrecht
Abstract
In dit onderzoek zijn de zeer beperkt beschreven procedures van de art. 287 lid 4, 287a en 287b van de Faillissementswet onderzocht. Op grond van deze bepalingen kan de insolventierechter, in het schuldsaneringsrecht, voorlopige voorzieningen treffen (art. 287 lid 4 en 287b)en een dwangregeling aan schuldeisers opleggen (art. 287a). Allereerst is een procedureel kader geschetst waarbinnen de drie procedures onderzocht en beschreven dienen te worden. Geconcludeerd is dat het beginsel van hoor en wederhoor daarin een prominente plaats verdient. Voorts is - binnen het procedureel kader - tot uitgangspunt genomen dat de verzoekschriftprocedure (titel 3) van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van (overeenkomstige) toepassing is op de drie onderzochte wetsartikelen. Vervolgens is de toepassing van de art. 287 lid 4, 287a en 287b in de praktijk onderzocht en is een groot aantal aanbevelingen ter verbetering van de procedures gedaan.

