Comorbidity and outcomes in geriatric rehabilitation

Abstract

In de eerste drie artikelen van het proefschrift wordt ingegaan op het meten van comorbiditeit. Uit deze review bleek dat het meewegen van de ernst van comorbiditeit - namelijk de impact op het functioneren - een sterkere relatie heeft met de uitkomstmaat functioneren na revalidatie. Hierop hebben wij de FCI aangevuld met een ernst beoordelingsschaal op basis van impact op functioneren. Na interviews met specialisten ouderengeneeskunde en een beoordeling van de betrouwbaarheid hebben we een uiteindelijke gewogen FCI samengesteld. Ten slotte bleek dat deze gewogen FCI een betere voorspellende waarde had op functioneren na geriatrische revalidatie, in vergelijking met de originele FCI en de Charlson index.

In de twee laatste artikelen van het proefschrift wordt de rol van comorbiditeit verder onderzocht: in relatie tot het krijgen van intercurrente aandoeningen tijdens de geriatrische revalidatie en de vorming van comorbiditeit clusters. Comorbiditeit is een risicofactor voor het krijgen van intercurrente aandoeningen tijdens de revalidatie: hoe meer comorbiditeiten, hoe groter de kans op meerdere intercurrente aandoeningen. Met name diabetes vergrootte dit risico. Ten slotte werden verschillende comorbiditeitsclusters gevonden, waarna bleek dat vooral het cardiovasculaire comorbiditeitsprofiel een verhoogd risico op onsuccesvolle revalidatie heeft.

Geriatric rehabilitationComorbidityFunctioningFunctional outcomeIntercurrent diseases