Rampenbestrijding in Rotterdam: planvorming Brzo1999 en ROB
Abstract
In 1999 trad, voortvloeiend uit de Seveso-11 richtlijn van de Europese Unie, in Nederland het vernieuwde Besluit risico's zware ongevallen (Brzo1999) in werking. Het besluit stelde alle bedrijven waar de aanwezige hoeveelheid gevaarlijke stoffen boven een bepaalde ondergrens uitkomt, verplicht een veiligheidsrapport (VR) en een intern noodplan op te stellen en die vóór 3 februari 2001 te overleggen met het bevoegd gezag. Daarenboven moet de gemeente, waarin een dergelijk bedrijf is gevestigd, binnen één jaar hierop volgend ( oftewel vóór 3 februari 2002) een extern noodplan opstellen, zijnde een rampbestrijdingsplan (RBP) voor de desbetreffende risicovolle instelling.1 Rotterdam is met 55 van de 125 VR-plichtige bedrijven in Nederland de meest intensief betrokken gemeente. Een overzicht van de stand van zaken in Rotterdam op het gebied van planvorming in het kader van de rampenbestrijding aan de hand van een interview met drs. Leo Kooijman, beleidsadviseur openbare orde en veiligheid van de bestuursdienst Rotterdam.

