Infrastructurele projecten: van 'ondergeschoven kind' naar 'troetelbeer' van de Nederlandse politiek: De positie van infrastructuur op de politieke agenda
Abstract
Schiphol, HSL, Betuwelijn, Tweede Maasvlakte, ... het zijn allen voorbeelden van grote infrastructurele projecten die de laatste jaren de politiek-maatschappelijke agenda domineren. Ellenlange debatten, metershoge stapels rapporten en hoog oplopende emoties onder de burgers zijn onlosmakelijk verbonden met deze infrastructuurprojecten. Het bele1dsterren: Infrastructuur is daarmee een van de meest controversiƫle vraagstukken van de Nederlandse politiek geworden. De controversie zit hem met name in de rol van het milieu in deze beleidsvraagstukken. Maar waar grote infrastructurele projecten het in het verleden continu moesten afleggen tegen het sterke milieudenken, zijn het nu juist deze grote projecten die doorgedrukt en uitgevoerd worden ten koste van het milieuvraagstuk. Waar het in de jaren tachtig veelal de stelling was: we doen het niet want het is een te grote belasting voor het milieu, is het in de jaren negentig de stelling geweest: we moeten het doen ook al gaat het ten koste van het milieu. Zo had het milieu lange tijd meer prioriteit dan infrastructuur, maar in korte tijd is deze rol omgedraaid. Dit vraagt om een verklaring. Tevens roept het de vraag op of deze prioriteitstelling ook bepalend is voor het infrastructuur- en milieubeleid in de komende eeuw.

