Het taboe op fatalisme: kan de politiek haar eigen onmacht onder ogen zien?
Abstract
De bestuurskunde probeert al decennialang afscheid te nemen van het zogenaamde maakbaarheidsdenken – de gedachte dat elke maatschappelijke misstand middels een collectieve interventie verholpen kan worden. De opbrengst van die inspanning mag mager genoemd worden. Vond de boodschap in de jaren negentig van de vorige eeuw nog enige weerklank, het afgelopen decennium liet de politiek zich weinig gelegen liggen aan de zogenaamde grenzen aan de maakbaarheid. Een periode van grote ambities en verstrekkende interventies heeft, weinig verrassend, een hernieuwde kritiek uitgelokt. Het bestuur zou gulzig, opdringerig en totalitair worden (zie bijvoorbeeld Frissen, 2009; Schinkel, 2007; Trommel, 2009).

