De Schipholbrand door de ogen van één van de vele slachtoffers: "Het was een soort oorlog": interview met Mustapha El Boukhari
Abstract
Op 27 oktober 2005 vond een dramatische ramp plaats in het cellencomplex op Schiphol. Er woedde een hevige brand in het detentie- en uitzetcentrum voor illegaal in Nederland verblijvende personen. Door het vuur en de rook verloren 11 mensen het leven en vielen daarnaast 15 gewonden, onder wie ook enkele bewakers. Naar aanleiding van de brand en met name over de rol van de overheid hierbij, schreef de Onderzoeksraad voor de Veiligheid onder leiding van mr. Pieter van Vollenhoven een kritisch rapport. Op 21 september 2006 werden de conclusies van het onderzoek gepresenteerd. Deze waren vernietigend voor de gemeente Haarlemmermeer, de Rijksgebouwendienst en de Dienst Justitiële Inrichtingen, welke allen volgens het rapport hadden gefaald. Toenmalige ministers Donner (Justitie) en Dekker (VROM) zagen zich genoodzaakt af te treden. Maar wat gebeurde er precies deze avond en wat hebben de slachtoffers allemaal moeten meemaken, zowel voor als vooral ook na de ramp? Ik sprak met één van de vele slachtoffers van de Schipholbrand, Mustapha El Boukhari, woonachtig in Leiden.

