'Wrongful moderation': Aansprakelijkheid van internetplatforms voor het beperken van de vrijheid van meningsuiting van gebruikers
Abstract
In deze bijdrage wordt een vonnis van de voorzieningenrechter tegen YouTube in een breder perspectief geplaatst. Meer concreet gaat het hier om het vraagstuk of de vrijheid van meningsuiting horizontale werking heeft. Internetplatforms hebben door hun positie een grote invloed op het publieke debat. Het is daarom van belang te zoeken naar de grenzen van moderatie. Het erkennen van een te brede horizontale werking van het recht op vrijheid van meningsuiting kan echter leiden tot onwenselijke effecten. Als alternatief wordt een toets voorgesteld die bestaat uit twee stappen. De eerste ziet op de vraag of een internetplatform modereert op basis van een duidelijke richtlijn. De tweede of door deze richtlijn uitingen, die anders onder de vrijheid van meningsuiting zouden vallen, onmogelijk worden gemaakt.
