Fiscale en civiele werkelijkheid

Abstract

De wisselwerking tussen het (Nederlandse) burgerlijke recht en het (Nederlandse) fiscale recht levert bij tijd en wijle een boeiend schouwspel op. Boeiend wordt het in het bijzonder indien de Hoge Raad in fiscalibus overgaat tot een zelfstandige fiscale kwalificatie en daardoor onder omstandigheden een fiscale werkelijkheid creëert casu quo omarmt die afwijkt van de werkelijkheid zoals deze bestaat volgens het civiele recht. Hoewel een uitzondering op de hoofdregel, dat civielrechtelijke leerstukken min of meer één op één worden getransponeerd naar het fiscale recht, dat wil zeggen: in het belastingrecht op dezelfde wijze worden toegepast als in het burgerlijke recht, zijn er jurisprudentiële voorbeelden van deze zelfstandige fiscale duiding te over. Auteur noemt er — bij wijze illustratie — slechts twee: herkwalificatie van civielrechtelijk vreemd vermogen in fiscaalrechtelijk eigen vermogen en het negeren van de civiele rechtspersoonlijkheid of zelfstandigheid van bijvoorbeeld stichtingen voor belasting(invorderings)doeleinden (de zogeheten “Durchgriff”).