De fiscale positie van de Koning

Abstract

Binnenkort wordt de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis geëvalueerd. Daarbij zal, zo heeft het kabinet aan de Tweede Kamer toegezegd, ook aandacht worden besteed aan de grondwettelijke belastingvrijstellingen voor de Koning. De auteur betoogt dat het fiscaliseren van de uitkering aan de Koning niet symbolisch van aard is. Eerst zal deze uitkering fiscaal moeten worden geduid als loon of als resultaat uit overige werkzaamheden; vervolgens zullen tal van vergoedingen en verstrekkingen in dat licht moeten worden beoordeeld. Fiscalisering van de uitkeringen aan de Koning zou daarom meer moeilijkheden creëren dan oplossen. Dat kan anders zijn voor de overige vrijstellingen. Die liggen in de vermogenssfeer, en een evaluatie van die vrijstellingen vergt in de eerste plaats een heldere afbakening tussen de functionele en de privésfeer van de Koning.