VN-sancties voor Europese hoven: een casestudy voor onze ‘plurale’ constitutionele orde?’
Abstract
Deze bijdrage vergelijkt de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU (HvJEU) en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) inzake VN-sancties. Met name wordt ingegaan op de Kadi rechtspraak van het HvJEU en de uitspraken van het EHRM in Behrami, Al-Jedda, Nada en Al Dulimi. Geanalyseerd wordt hoe beide hoven de verhouding tussen de ‘eigen’ en de overige betrokken rechtsordes tot nu toe geconcipieerd hebben en welke strategieën zij hanteren om conflicten tussen rechtsordes te voorkomen, te beheersen of te verbloemen. Hiermee levert deze bijdrage niet alleen een analyse van de relevante rechtspraak, maar ook een concrete casestudy voor de voortdurende discussie omtrent pluralisme. Hoe oordelen rechters nu echt in een plurale context waarin verschillende rechtsorden heterarchisch interacteren, zeker wanneer zich een concreet conflict voordoet?
Geconcludeerd wordt dat er een gestage convergentie heeft plaatsgevonden in de rechtspraak van het HvJEU en het EHRM en dat mede hierdoor een slepend conflict is ontstaan tussen VN-sancties enerzijds en de EU en EVRM rechtsordes anderzijds. Bij gebrek aan fundamentele oplossingen voor dit conflict tussen formele claims tot voorrang en fundamentele rechten wordt geëindigd met enkele voorzichtige suggesties omtrent pragmatisch idealisme als een voorlopig compromis tussen idealistisch purisme en absoluut pragmatisme.
Kernwoorden: VN-sancties – Kadi- pluralisme – fundamentele rechten – terrorisme
