De coronacrisis noopt tot meer expliciete aandacht van de Nederlandse staat voor het VN-verdrag Handicap
Abstract
Het begin van de coronacrisis vroeg in de eerste plaats om snelle en praktische oplossingen.
De verdeling van de schaarse zorgmiddelen, die ons toentertijd ter beschikking stonden, lag
dan ook terecht bij de triagisten en de artsen. En het onderwijs kon met eveneens schaarse
middelen en op afstand natuurlijk slechts beperkt maatwerk leveren. De verplichtingen uit het VN-verdrag Handicap, waaronder het recht op leven en het recht op passend onderwijs, dwingen Nederland echter om na te denken over systeemhervormingen met het oog op een eventueel vervolg van de coronacrisis of soortgelijke noodsituaties. Alleen zo creëren we omstandigheden waarbij het mensenrechtelijk kader ook voor mensen met een beperking een vangrail blijft in tijden van nood.

