Measuring and monitoring outcomes in undifferentiated and rheumatoid arthritis
Abstract
Dit proefschrift richt zich op het monitoren van ziekte bij zowel RA als UA pati_nten en kijkt daarbij naar de waarde van de beeldvorming, het beoordelen van de ziekteactiviteit, het vast te stellen behandeldoel en de implementatie van monitoring in de dagelijkse praktijk. Naar aanleiding van dit proefschrift kunnen de volgende conclusies worden getrokken: -Systematisch literatuur onderzoek laat zien dat afwijkingen op conventionele r_ntgenfoto__s waardevol zijn voor het voorspellen van de prognose van UA pati_nten. Voor de aanvullende waarde van echografie en MRI in UA pati_nten werd weinig bewijs gevonden. -Gewrichtsschade ter plaatste van de pols, met name erosieve schade, heeft een belangrijke invloed op het dagelijks functioneren van pati_nten met reumato_de artritis. -Een versimpelde DAS zonder gegradeerde of gegroepeerde pijnscore kan goed worden gebruikt voor het in kaart brengen van ziekteactiviteit, zowel met een VAS voor algemene gezondheid als met een VAS voor ziekteactiviteit. -De mate van ziekteactiviteit gescoord door pati_nten en artsen komt niet goed overeen. Pati_nten scoren over het algemeen hoger waarbij pijn een belangrijke factor van invloed is. Artsen baseren hun score meer op de bezinking en het aantal gezwollen gewrichten. -De relatie tussen verschillende definities van remissie (inclusief de nieuwe ACR/EULAR remissie criteria) en radiologische schade of HAQ is vergelijkbaar. -Verbetering in ziekteactiviteit geeft een verbetering in kwaliteit van leven gemeten met de Physical Component Scale van de SF-36. Dit geldt ook voor pati_nten met reeds een lage ziekteactiviteit die in remissie komen. -Pati_nten zijn bereid tot het online monitoren van lichamelijk functioneren, maar doen dit in de thuissituatie weinig. Meer begeleiding en het benadrukken van het nut van regelmatige ziektemonitoring voor het uiteindelijke behandelresultaat is nodig om dit te kunnen verbeteren.

