Tussen Oranje en Spanje : de leefwereld van Bredase regenten 1550-1700
Abstract
De stad Breda lag gedurende de
Opstand in de frontlinie tussen Noord en Zuid. Stad en land van Breda
waren daarnaast bezit van de prinsen van Oranje en werd beheerd door de
Nassause Domeinraad. Een uitgebreid scala aan heerlijke rechten zorgde voor belangrijke inkomsten voor de familie Oranje-Nassau. Voor het bestuur van de stad werden een reeks van ambtenaren aangesteld, waaronder diverse rentmeesters, de drossaard en de schepenen. Invulling van het schepenambt was gebonden aan een reeks van formele en informele kwalificaties. Door de diverse veroveringen van de stad, verliep het proces van calvinisering tot 1637 maar moeizaam. Dit gold tevens voor de stedelijke reformatie: Breda bleef in essentie een katholieke stad. De regenten van Breda waren niet de rijkste inwoners van de stad. Zij vormden slechts een politieke elite, hoofdzakelijk gevoed door ambten, en deels ook afkomstig van buiten de stad. Toch genoten zij voldoende welstand om hun verblijf in de stad te veraangenamen met huizen en andere bezittingen. Vanwege hun onzekere maatschappelijke positie ontstond onderling desondanks hevige factiestrijd. De ‘oude borgers’ (of het patriciaat) genoten mede daarom als elite meer inzien en status.

