Navalisme nekt onderzeeboot : de invoer van buitenlandse zeestrategieën op de Nederlandse zeestrategie voor de defensie van Nederlands-Indië, 1912-1942
Abstract
Tot twee keer toe geraakte de
Nederlandse marinestrategie tussen 1912 en 1942 in de ban van een
ideologie, het navalisme. Navalisme ziet maritieme expansie als
noodzakelijk voor het voortbestaan van een mogendheid. De eerste keer, vanaf 1912, vielen de gevolgen mee. De tweede keer, vanaf 1936, waren ze dramatisch: ze draaiden een onderzeebootstrategie met de meest efficiënte onderzeeboottactiek ter wereld de nek om. De successen van de Nederlandse onderzeeboten in de Tweede Wereldoorlog, hoe spectaculair ook, waren een schim van wat zij hadden kunnen zijn. Dit proefschrift schrijft een nieuwe geschiedenis van de Koninklijke Marine, die haar overzeese expansie wilde behouden via overambitieuze ‘risicostrategieën’, waarmee zij pretendeerde een sterkere zeemacht tot onmacht te kunnen verlammen. Die sterkere zeemacht was de reusachtige van Japan. De hoofdtaak van de Koninklijke Marine was namelijk de verdediging van het eilandenrijk Nederlands-Indië waarop Japan zijn zinnen kon zetten. Duidelijk wordt hoezeer het Nederlandse marinedenken van 1912-1942 parallel liep aan het Duitse èn dat de Duitsers niet de enigen waren die een ‘risicostrategie’ hanteerden (wat tot rivaliteit met Engeland leidde): de Amerikanen waren ze voor. Ook wordt duidelijk waarom de Amerikaanse strategie wel werkte en beide andere niet. Zo ontstaat ook nieuw inzicht in de Amerikaanse en Duitse marinestrategie

