Nadeelcompensatie op basis van het égalitébeginsel : een onderzoek naar nationaal, Frans en Europees recht

Abstract

Dit boek bevat een uitvoerige studie naar het beginsel ‘égalité devant les charges publiques’, de belangrijkste rechtsgrond voor schadevergoeding bij rechtmatig overheidsoptreden (nadeelcompensatie). Het égalitébeginsel heeft inmiddels vaste voet aan de grond gekregen in het bestuursrecht en het civiele recht. Het boek schetst eerst de langzame, maar onstuitbare opkomst van het beginsel in de Nederlandse wetgeving, doctrine en jurisprudentie. Vervolgens worden diverse vragen rond het beginsel beantwoord. Is het zonder meer van toepassing op alle vormen van rechtmatig overheidshandelen? Hoe wordt het begrip ‘onevenredig nadeel’ geïnterpreteerd? Welke invulling krijgen civielrechtelijke criteria uit afdeling 6.1.10 BW (causaal verband, voordeelstoerekening, eigen schuld) in geschillen over nadeelcompensatie? Hoe verhoudt het égalitébeginsel zich tot artikel 3:4, tweede lid Awb? Naast het nationale recht wordt uitvoerig aandacht besteed aan het Franse recht, waarin het beginsel primair tot ontwikkeling is gekomen. Ook Europeesrechtelijke aspecten van de aansprakelijkheid uit rechtmatige daad komen ruimschoots aan bod. Zo wordt verkend hoe het égalitébeginsel zich verhoudt tot het eigendomsrecht van artikel 1 Eerste Protocol EVRM. Ook wordt onderzocht wanneer nadeelcompensatie mogelijk belandt in het vaarwater van de verboden staatssteun (art. 107 VwEU) en of het égalitébeginsel ook van betekenis voor de buiten-contractuele aansprakelijkheid van de instellingen van de Europese Unie (art. 340 VwEU).

CompensationDamagesLawful government actLiability for lawful actsState liability