Politiële gegevensverwerking en Privacy. Naar een effectieve waarborging

Abstract

Recente technologische ontwikkelingen en een toenemende belangstelling voor veiligheidsdenken hebben tot verschuivingen geleid in het privacyrecht. Een stringent privacyrecht staat mogelijk een effectief optreden van de politie en het openbaar ministerie tegen onder meer terroristen, fraudeurs en veelplegers in de weg. Daarom worden ruimere bevoegdheden tot het gebruik van persoonsgegevens door politie en justitie noodzakelijk geacht. Om die reden is de Wet politieregisters (Wpolr) per 1 januari 2008 vervangen door de Wet politiegegevens (Wpolg). Diepgaand onderzoek naar de Wpolr leidde tot diverse knelpunten. De vraag is of de Wpolg in staat is de verwerking van politiegegevens effectie ver te waarborgen dan zijn voorganger. De auteur geeft op overzichtelijke wijze inzicht in de veranderingen in het wettelijk regime met de komst van de Wpolg. Het gaat dan om de bevoegdheden tot gegevensverwerking, het kennisnemingsrecht en controle en toezicht op politiële gegevensverwerking. Verder wordt ook de fundamentele vraag onderzocht welke belangen in het gedrang komen bij de verwerking van politiegegevens. Ons onderzoek geeft duidelijk aan dat door de Wpolg meer grondrechten beschermd zouden moeten worden dan het recht op privacy alleen. Met de komst van de Wpolg is de discussie over de reikwijdte en betekenis van de bevoegd - heden tot politiële gegevensverwerking dan ook geenszins ten einde, aldus de auteur.

CIECriminele Inlichtingen EenheidPolitiegegevensPrivacyWet politiegegevensWet politieregisters