Kroniek jeugdstraf(proces)recht: the good, the bad & the ugly
Abstract
In de periode 2019-2020 heeft het jeugdstraf(proces)recht een aantal veranderingen ondergaan. Ten eerste is Richtlijn 2016/800/EU van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure per 1 juni 2019 geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving. Daarnaast heeft de Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (Wet USB) tot het huidige Boek 6 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) geleid. Hierdoor zijn onder meer bepalingen uit het Wetboek van Strafrecht die voorheen in de titel ‘Bijzondere bepalingen voor jeugdigen en jongvolwassenen’ stonden, verplaatst naar het Wetboek van Strafvordering. Niet alleen in het kader van wetgeving, maar ook in het kader van het beleid van het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft zich een aantal belangrijke wijzigingen voorgedaan, zoals het ontstaan van Kleinschalige Voorzieningen en de invoering van een landelijke pilot met betrekking tot de reprimande. Ook internationale ontwikkelingen zullen de revue passeren. Tevens zullen wetsvoorstellen met betrekking tot het jeugdstraf(proces)recht worden besproken, onder meer de voorstellen voor een nieuw Wetboek van Strafvordering. Er zal worden afgesloten met een beschouwing op alle ontwikkelingen, onder andere in het kader van het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK), dat in de maand waarin deze editie het licht ziet, zijn eenendertigste verjaardag viert.

