De toetsing door de bestuursrechter in milieugeschillen. Over rechterlijke toetsingsintensiteit, bestuurlijke beslissingsruimte en deskundigenadvisering

Abstract

Dit onderzoek gaat over de toetsing door de rechter van milieubesluiten, bijvoorbeeld een besluit van de gemeente tot het verlenen van een milieuvergunning voor een voetbalstadion. Tegen een dergelijk besluit kunnen belanghebbenden beroep aantekenen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze rechter kan bepalen dat de vergunning in stand blijft, maar kan deze ook vernietigen, bijvoorbeeld omdat onvoldoende onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit is gedaan. Bij een dergelijke uitspraak wordt nogal eens de vraag gesteld of de rechter wel voldoende ruimte aan de gemeente laat om tot een eigen oordeel of afweging te komen. Het gaat hierbij om de vraag hoe indringend de rechter een overheidsbesluit moet toetsen. Ter beantwoording van deze vraag bespreek ik de verhouding tussen wetgever, bestuur en rechter, zowel meer in het algemeen als specifiek in het milieurecht. Daartoe analyseer ik het toetsingskader van de Wet milieubeheer en bezie ik kritisch de rol van de in de praktijk zeer belangrijke pseudo-wettelijke milieurichtlijnen. Mede op grond van een empirisch onderzoek naar 200 uitspraken concludeer ik dat de Afdeling in lang niet alle gevallen een juiste toetsingsmaatstaf aanlegt. Het voorgaande gaat over de verhouding tussen de rechter en het bestuur (als vergunningverlener). Een tweede belangrijk onderdeel van mijn onderzoek betreft de verhouding tussen rechter en deskundige. Omdat in milieugeschillen vaak technische vragen spelen, wint de rechter in veel gevallen advies in bij een deskundige. Hierbij rijst de vraag hoe de rechter bij zijn streven het geschil inhoudelijk te beslissen, kan voorkomen dat hij blind vaart op het deskundigenrapport. Ter beantwoording van deze vraag beschrijf ik zowel het theoretisch kader als de praktijk van de deskundigenadvisering in milieugeschillen, mede in het licht van artikel 6 EVRM (eerlijk proces). Op dit punt concludeer ik onder meer dat, uit het oogpunt van hoor en wederhoor, het deskundigenrapport eerst in concept aan partijen zou moeten worden voorgelegd, voordat de deskundige het naar de rechter stuurt. Een andere conclusie is dat de rechter duidelijker moet aangeven op welke passage(s) van het deskundigenbericht hij zijn oordeel baseert.

Judicial reviewIntensity of judicial reviewEnvironmental disputesPseudo legislationBest available techniques (BAT)Expert reportsFair trialEmpirical researchDemand of independenceDemand of objectivity